Mensen die zich aanmelden voor mijn opleiding hebben meestal al een beeld van wat ze gaan leren. Gesprekstechnieken, een paar modellen, iets over hechting. Dat klopt allemaal, en het is het kleinste deel van het verhaal.
Werken met een stel is een ander vak dan werken met één persoon. Er zitten twee mensen tegenover je die in hun eigen hoofd allebei gelijk hebben, die elkaar in de rede vallen, en die van jou willen horen wie er nou eigenlijk fout zit. Wat je in een opleiding tot relatiecoach leert, is hoe je empathisch blijft voor allebei, ook als je het gedrag van een van de twee lastig vindt, en hoe je ze allebei confronteert zonder dat er één afhaakt.
Ik ben Anne de Jong, relatiepsycholoog, en ik werk ruim vijfentwintig jaar met stellen. Hieronder staat de inhoud van de opleiding zoals ik die opbouw, in de volgorde waarin je het tijdens de lesdagen tegenkomt. Wil je eerst weten wat het beroep zelf inhoudt, kijk dan op de pagina over relatiecoach worden.
Intake en coachingstraject
Een traject begint met een intake waarin je uitzoekt waar het stel vastzit, wat ze willen bereiken en of jij de juiste persoon bent om ze daarbij te helpen. Dat laatste hoort er nadrukkelijk bij.
In de opleiding leer je die intake voeren met twee mensen tegelijk, zonder dat het een klachtenlijst wordt waarin ze om beurten hun gelijk halen. Je leert doelen formuleren die van hen samen zijn en niet van de partner met de grootste mond, je leert een traject opbouwen met een aantal sessies en huiswerk, en je leert afsluiten met wat ik borgen noem, zodat ze het geleerde vasthouden als jij er niet meer bij zit.
In mijn praktijk zitten stellen meestal al jaren met hetzelfde patroon voordat ze zich aanmelden, dus tegen de tijd dat ze bij jou zitten is er al veel gebeurd. Bij verslaving, ernstige psychiatrische problematiek of een situatie waarin één partner de ander systematisch controleert en bang maakt, verwijs je door. Dat onderscheid leren maken is een vast onderdeel van de opleiding.
Methoden en modellen
Achter bijna elke ruzie zit een patroon dat zich al jaren op dezelfde manier herhaalt, en er zijn modellen waarmee je dat patroon zichtbaar maakt voor het stel. Drie daarvan vormen de theoretische basis van de opleiding.
Interactie. De individuen en hun individuele problemen zijn niet het probleem. Het patroon tussen hen is dat wel. Zodra een stel dat begrijpt, valt er een enorme lading schuld weg en wordt er gepraat in plaats van beschuldigd.
Hechting en de invloed van het verleden. Iemand die als kind leerde dat boosheid gevaarlijk was, klapt dicht bij het eerste teken van irritatie. Die reactie was ooit slim en hielp echt, alleen werkt hij nu tegen de relatie waar diegene in zit. Je leert die geschiedenis uitvragen zonder dat je sessie verandert in individuele therapie met een toeschouwer erbij.
Het regiemodel. Hiermee breng je in kaart wat er aan de bovenkant gebeurt, het gedrag dat je ziet en hoort, en wat er aan de onderkant zit aan angst, verdriet en oude pijn. Je leert ook de controlemechanismen herkennen waarmee mensen zichzelf beschermen.
Communicatie: de vier liefdesvaardigheden
Het grootste deel van relatiecoaching gaat over de manier waarop twee mensen met elkaar praten. Bijna elk stel dat zich aanmeldt heeft hetzelfde communicatieprobleem in een andere verpakking: ze vertellen niet wat er werkelijk speelt en ze horen niet wat de ander werkelijk zegt.
Je leert stellen vier vaardigheden aanleren die dat doorbreken. Ik noem ze de liefdesvaardigheden.
- Vertellen zonder aanvallen. Zeggen wat je dwarszit op een manier die de ander kan horen, zonder verwijt in de zin.
- Luisteren naar de waarheid van de ander. Ook als die waarheid botst met de jouwe, en ook als je hem oneerlijk vindt.
- Diep accepteren. Een deel van wie je partner is verandert nooit. Er zit een wereld van verschil tussen dat weten en het werkelijk kunnen laten.
- Lief blijven, ook tijdens het ingewikkelde gesprek.
Wat dit vak bijzonder maakt: je legt die vaardigheden niet alleen uit, het stel oefent ze bij jou in de kamer terwijl jij ernaast zit. Bij individuele coaching bereid je een gesprek voor dat iemand daarna thuis gaat voeren. Hier gebeurt het gesprek waar jij bij bent. Je kunt onderbreken, voordoen, ze het opnieuw laten proberen en bijsturen op de zin die net misging. Dat voordoen en bijstellen oefen je tot het vanzelf gaat.
Conflicten en emoties
Ruzie is voor de meeste stellen de reden dat ze zich aanmelden, en het is ook wat er in jouw kamer gaat gebeuren.
Boosheid is bijna altijd de buitenkant. Eronder zit angst, schaamte of het verdriet van iemand die het allang heeft opgegeven om iets te vragen. Je leert eronder kijken en die zachtere laag naar boven halen, want daar praten twee mensen wel met elkaar. Daarbij hoort liefdevol confronteren: benoemen wat je ziet gebeuren op het moment dat het gebeurt, zonder dat iemand zich aangevallen voelt.
En je leert meervoudig partijdig blijven, de moeilijkste vaardigheid van het vak. Dat betekent empathie hebben voor allebei en dat ook laten merken, ook als er één op dat moment hard, gesloten of onredelijk is. Je herkent je nu eenmaal sneller in de een dan in de ander, en het is een reflex om bezig te zijn met wie er gelijk heeft.
Supervisie en praktijk
Je leert dit vak door het te doen terwijl er iemand meekijkt die je vertelt wat er gebeurde. Theorie alleen levert geen relatiecoach op.
In mijn opleiding doe je minimaal vijftig coachuren, oftewel vijfentwintig gesprekken van twee uur, en krijg je vier supervisiedagdelen op je eigen sessies. Je wordt live geobserveerd, in dezelfde kamer, en niet achteraf op video. De groepen zijn maximaal twaalf deelnemers, omdat iedereen aan de beurt moet komen.
Waarom die observatie zo bepalend is, laat zich het beste uitleggen aan de hand van een oefensessie uit een van mijn groepen. Een cursiste zat tegenover twee medecursisten die een stel speelden. Binnen tien minuten zag ik iets wat zij zelf niet doorhad: ze knikte iets vaker naar de vrouw, ze had haar stoel een paar graden haar kant op gedraaid, en ze stelde haar de zachtere vragen. De man voelde dat eerder dan zij het wist. Hij ging rechtop zitten, zijn zinnen werden korter en het gesprek liep vast. In de nabespreking zei de cursist die hem speelde het in één zin: ik voelde me niet gezien. Zij reageerde met: maar ik vond hem ook helemaal niet zo aardig.
Daar begint het echte leren. Op een videoband zie je zoiets vaak niet terug, want het zit in de richting van een stoel en in de temperatuur van een stem.
Wat cursisten achteraf het vaakst noemen, staat in geen enkele studiegids: je leert jezelf kennen in de liefde. Welke stellen jou raken, welke partner je automatisch aardiger vindt, en wat er in jou gebeurt als er iets voorbijkomt dat je van thuis kent.
Examen en certificering
De opleiding sluit af met een diploma op Practitioner-niveau volgens de EMCC-EQA-standaard, erkend door de NOBCO. Je krijgt dus geen certificaat van deelname, maar een diploma waar een toetsing aan voorafgaat.
Relatiecoach is een vrij beroep: iedereen mag zich zo noemen, ook zonder één lesdag te hebben gevolgd. Erkenning van de opleiding is daarmee een van de weinige objectieve manieren waarop een stel kan inschatten wat het aan jou heeft. Na je diploma volg je jaarlijks bijscholing om aangesloten te blijven bij je beroepsvereniging.
De opleiding in cijfers
- Opleidingsdagen: 13
- Coachuren (minimaal): 50, oftewel 25 gesprekken van twee uur
- Supervisiedagdelen: 4
- Maximale groepsgrootte: 12 deelnemers
- Observatie: Live, in de kamer
- Afsluiting: Diploma, EMCC-EQA Practitioner-niveau
- Erkenning: NOBCO
Wil je dit vak leren?
In mijn opleiding leer je wat hierboven staat: de vaardigheden, de patronen, het werken met oude pijn en het aanleren van nieuw gedrag. Met veel oefening, echte observatie in de kamer en supervisie op je eigen sessies.
→ Bekijk de opleiding tot relatiecoach